Kindgebonden budget en kinderalimentatie

Het kindgebonden budget is een tegemoetkoming voor ouders in de kosten van kinderen tot 18 jaar. Ouders komen hiervoor in aanmerking als het (gezamenlijke) inkomen en het (gezamenlijke) vermogen niet te hoog is.

Alleenstaande ouders die een kindgebonden budget ontvangen krijgen in 2017 een verhoging van dit budget met maximaal € 3.076,-- per jaar. Deze verhoging heet de “alleenstaande ouderkop”.

Sinds 1 januari 2015 is het betalen van kinderalimentatie niet meer fiscaal aftrekbaar.

Voor het bepalen van de kinderalimentatie gelden financiële maatstaven namelijk behoefte en draagkracht. Op grond van de wet zijn ouders verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Deze kosten vormen de behoefte van het kind.

De zogenaamde “Expertgroep Alimentatienormen” (dat is de groep rechters die zich bezig houdt met alimentatienormen) heeft in het rapport “kosten voor kinderen” normen ontwikkeld voor het vaststellen van kinderalimentatie. De behoefte is afhankelijk van het netto gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk. De draagkracht van de alimentatieplichtige wordt bepaald door de financiële middelen waarover hij/zij beschikt. Daarbij wordt rekening gehouden met bepaalde lasten.  De “Expertgroep Alimentatienormen” heeft hiervoor richtlijnen opgesteld.

De zogenaamde “Expertgroep Alimentatienormen” had destijds aanbevolen om het totale kindgebonden budget bij het berekenen van de hoogte van de kinderalimentatie van de behoefte van het kind af te trekken[1]. De alleenstaande ouderkop moest op dezelfde wijze als het kindgebonden budget op de zogenaamde “behoefte” van het kind in mindering worden gebracht. 

De Expertgroep merkte expliciet op dat dit in een aantal gevallen er toe kon leiden dat er geen behoefte meer resteert in een bijdrage voor levensonderhoud van het kind waarin de ouders moeten voorzien. In dat geval is er dus geen aanleiding voor het opleggen van een onderhoudsplicht aan de niet-verzorgende ouder.

Er kwam veel kritiek op het advies van de Expertgroep Alimentatienormen om het kindgebonden budget en ook de alleenstaande ouderkop in mindering te brengen op de behoefte aan een bijdrage. Gesteld werd dat feitelijk de overheid dan de kosten van het kind betaalt en niet langer de ouders zelf.

Een aantal rechtbanken heeft dan ook in 2015 beschikkingen afgegeven waarin van aanbevelingen van de “Expertgroep Alimentatienormen” werd afgeweken. Daarbij werd onder andere overwogen dat niet de overheid maar de onderhoudsplichtige ouder de kosten van het kind dient te dragen. Maar er zijn ook uitspraken van rechters waarbij het kindgebonden budget, dat door de verzorgende ouder werd ontvangen, wel op de behoefte (kosten) van het kind in mindering werd gebracht.

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven. De Hoge Raad heeft bepaald dat bij de berekening van kinderalimentatie het kindgebonden budget (inclusief de alleenstaande ouderkop) niet in mindering moet worden gebracht op de behoefte van het kind. Het moet in plaats daarvan worden meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht van de alleenstaande ouder die het kindgebonden budget ontvangt. De Hoge Raad week duidelijk af van het standpunt dat de “Expertgroep Alimentatienormen” ingenomen had.

Er zal voor 9 oktober 2015 een groot aantal beschikkingen door rechters zijn afgegeven waarin de kinderalimentatie dus niet correct is vastgesteld. Ook zullen er diverse overeenkomsten zijn waarin partijen in onderling overleg de hoogte van de kinderalimentatie hebben afgesproken waarbij zij, naar nu blijkt, van de verkeerde rekenregels zijn uitgegaan. De vraag die opkomt is of in al deze zaken de kinderalimentatie alsnog gewijzigd kan worden. Die vraag is niet in één enkele zin te beantwoorden.

De “Expertgroep Alimentatienormen” had overigens al wel geconcludeerd dat het afschaffen van de fiscale aftrek voor het betalen van kinderalimentatie een wijziging van regelgeving is die aanleiding kan geven tot herbeoordeling van de eerder door partijen in onderling overleg dan wel door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie.

Er zijn dus meerdere goede reden om de te betalen kinderalimentatie te laten checken. Als de uitkomst daarvan is dat de kinderalimentatie gewijzigd moet worden, kan dit ook gevolgen hebben voor de te betalen partneralimentatie. Ook die moet wellicht aangepast worden.

Maar ook om een andere reden kan er aanleiding zijn de partneralimentatie te laten checken en eventueel aan te passen. De Hoge Raad heeft op 7 juli 2017 aangegeven dat het kindgebondenbudget niet de behoefte van de ex partner aan partneralimentatie vermindert.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marjan Hoogsteen.

 

[1] Het kindgebonden budget moest dus in mindering worden gebracht op het bedrag dat voortvloeit uit de tabel die gehanteerd wordt om de kosten van kinderen vast te stellen, ook wel “tabel kosten kinderen” genoemd.

Direct contact